rickhenderik-uitsnede

Blog Rick Henderik: Nieuwe ronde

De nieuwe generatie zorgprofessionals zit veel constructiever in het medicijndebat dan de huidige. Dat merkte ik onlangs op het indrukwekkende fabrieksterrein van MSD in Haarlem, waar we te gast waren met de Jonge Zorgdenktank.

26 sep 2018

In Haarlem konden we als geneesmiddelensector meer laten zien van ons werk. Hoe medicijnen worden gemaakt en vooral ook: aan welke strenge kwaliteitscontroles en regelgeving we moeten voldoen. Dat laatste bleek een echte eyeopener te zijn voor veel leden van de Jonge Zorgdenktank, waarin onder meer artsen, zorgverzekeraars, gezondheidseconomen en farmaceuten zijn verenigd. Die samenstelling zorgt voor een brede blik. Een ópen blik ook, valt me steeds opnieuw op.

We gaan discussies niet uit de weg. Over marketing, sales, prijzen, noem maar op. Het helpt als wij toelichten dat we een unieke positie innemen in het zorgveld, omdat wij met één been in de private sector staan en met het andere in de publieke sector. Investeringen in medicijnontwikkeling moeten nu eenmaal voor het overgrote deel van het bedrijfsleven komen, aangezien dit voor overheden te duur en te riskant is.

Het helpt eveneens als wij duidelijk maken dat ook de geneesmiddelensector zich zorgen maakt over de stijgende zorgkosten. Volgend jaar stijgen de netto-uitgaven in de zorg met € 5 miljard naar € 71 miljard, hoorden we op Prinsjesdag. De totale medicijnkosten beslaan een bescheiden deel van dat budget: 8 procent. Maar de zorg gaat ons allemaal aan, dus we moeten samen zoeken naar oplossingen.

Die open blik mis ik regelmatig in de media. Neem een artikel in Het Financieele Dagblad, een dag na Prinsjesdag, waarin Pauline Meurs van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving aan het woord komt. ‘De hoge medicijnkosten zijn een veelkoppig monster’, schreef de RVS-voorzitter onder meer. Als primair verbeterpunt noemt ze de kostenpost van het grote aantal mislukkingen bij de ontwikkeling van een geneesmiddel. Er zou veel kennis beschikbaar zijn om dit geringe slagingspercentage te verbeteren. Maar ik kan geen reden bedenken waarom we een innovatief geneesmiddel niet zo snel en goedkoop mogelijk zouden ontwikkelen.

Meer zie ik in haar voorstel over lange termijn effecten van geneesmiddelen. We moeten inderdaad zo veel mogelijk real world evidence verzamelen, om deze effecten goed te kunnen monitoren. Het gezamenlijk opzetten van een nationaal register kan daaraan een grote bijdrage leveren. Dat ondersteunt bovendien het uitstekende onderzoeksklimaat van Nederland en daarbuiten.

Duurzaam betaalbare zorg in Nederland is alleen haalbaar als alle betrokkenen om de tafel zitten. Positief is dat we met steeds meer partijen, zoals het ministerie van VWS en patiëntenorganisaties, constructief overleg voeren. Dat betekent ook dat we zélf, als sector, zichtbaar moeten zijn en ons continu open moeten stellen voor dialoog. De Young Innovators of Medicines zijn bijvoorbeeld actief op de Dutch Medicine Days, begin oktober in Ede. Daar gaan we met studenten in gesprek over mooie en uitdagende aspecten van werken in onze sector. Ik verheug me er nu al op, want bij jongeren proef ik echt het besef dat we het samen moeten doen. Een nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Rick Henderik, voorzitter Young Innovators of Medicines

Dutch Medicine Days (1 en 2 oktober, aanmelden nog mogelijk)